Terreinreglement
Het vliegen met modelvliegtuigen is uitsluitend toegestaan op het hiervoor door de gemeente Nunspeet aangewezen, en aan de Veluwse Model Vlieg Club (VMVC) beschikbaar gestelde, vliegveld op het Elspeter Veld.
Met modelvliegtuigen mag uitsluitend op de volgende tijden worden gevlogen:

Winterperiode van 1 oktober tot 1 april
– woensdag: 13:00 – 16:00 uur
– donderdag 13:00 – 16:00 uur
– * vrijdag       13:00 – 16:00 uur
– zaterdag:     10:00 – 16:00 uur
 Zomerperiode van 1 april tot 1 oktober
– * dinsdag:             17:00 – zonsondergang
– woensdag: 13:00 – zonsondergang
– donderdag: 13:00 – zonsondergang
– * vrijdag         13.00 – zonsondergang
– zaterdag     10:00 -18:00 uur
* alleen elektro
De vliegtijden gelden zowel voor gemotoriseerde als niet gemotoriseerde modelvliegtuigen.
Het is dus niet (meer) toegestaan om buiten de toegestane vliegtijden met (elektro)zwevers te vliege
Alleen leden van de VMVC mogen gebruik maken van het vliegveld.
Ieder lid dat gebruik maakt van het vliegveld dient als lid te zijn aangesloten bij de KNVvL en in het bezit te zijn van een geldig lidmaatschap. In dit lidmaatschap is tevens opgesloten een WA-verzekering.
Op verzoek van het bestuur, of een door het bestuur daartoe aangezocht lid, of een vertegenwoordiger van de gemeente Nunspeet dient het lidmaatschap van de KNVvL en de VMVC terstond te worden getoond.
Gastvliegers zijn welkom, doch worden alleen toegelaten indien zij kunnen aantonen dat zij lid zijn van de KNVvL, in het gezelschap zijn van een lid van de VMVC en onderhavig reglement in acht nemen. Voor het gebruik van het veld is de gastvlieger een bijdrage verschuldigd van f 5,00 per dag.
Er mogen zich niet meer dan vier modelvliegtuigen met brandstofmotor tegelijk in de lucht bevinden.
Ieder model dient te voldoen aan de luchtwaardigheidseisen, zoals vermeld in het Basis Veiligheids Reglement van de KNVvL, afdeling modelvliegsport (zie bijlage A).
Geluid
Het modelvliegtuig mag een maximale geluidsdruk produceren van 80 dBA, gemeten op een afstand van 7 meter en een hoogte van 1,2 meter. Indien het modelvliegtuig aan deze eis voldoet dan wordt een geluidscertificaat uitgereikt (zie bijlage B).
Ieder lid is zelf verantwoordelijk voor het ter meting aanbieden van het modelvliegtuig. Dit geldt ook in het geval het modelvliegtuig zodanig is aangepast en/of herbouwd dat redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het geluidscertificaat niet meer geldig is.
De geluidmeting wordt uitgevoerd door het bestuur of een door het bestuur daartoe aangezocht lid. De meting is ter beoordeling van het bestuur of een door het bestuur daartoe aangezocht lid. Op verzoek van de met de meting en beoordeling belaste persoon dient het vliegtuig terstond beschikbaar gesteld te worden voor een meting.
10. Veiligheid
Als richtlijn voor de veiligheid op het vliegveld dient het Basis Veiligheids Reglement en het Terrein Reglement Modelvliegsport van de KNVvL, alsmede de Regeling Modelvliegtuigen (zie bijlage A).
Het modelvliegtuig moet tijdens de vlucht steeds binnen de gezichtskring van de bestuurder blijven en mag zich tijdens de vlucht niet verder van de bestuurder verwijderen dan de maximale afstand afstand waarop het nog effectief bestuurd kan worden doch in ieder geval niet verder dan 500 meter. Het modelvliegtuig mag niet hoger vliegen dan 300 meter boven de grond.
Grote modelvliegtuigen tussen de 5 en 20kg, die zijn voorzien van een verbrandingsmotor of elektromotor, mogen niet hoger dan 100 meter boven de grond vliegen.
Het is verboden laag over medevliegers, toeschouwers, auto’s, huizen, camping of bebouwing te vliegen.
Landen gaat ten alle tijde voor starten. Alvorens men de landing inzet dient men dit men dit kenbaar te maken door luidkeels ‘landing’ te roepen, nadat men er zich van overtuigd heeft dat er zich geen personen en/of vliegtuigen op de landingsbaan bevinden.
Alvorens men een zweefvliegtuig aan de lijn c.q. lier start dient men dit duidelijk kenbaar te maken door luidkeels ‘startlijn’ te roepen, nadat men er zich van overtuigd heeft dat er zich geen personen en/of vliegtuigen in de startbaan bevinden.
Ieder model moet minimaal van de volgende registratiekenmerken te worden voorzien: naam, adres, woonplaats en telefoonnummer van de eigenaar.
De bestuurder van een radiografisch modelvliegtuig dient in het bezit te zijn van een, voor desbetreffend type modelvliegtuig geldend, modelvliegbrevet. Of onder begeleiding van een gebrevetteerd vlieger.
De vlieger die als tweede het veld betreedt, dient als er meer dan twee zenders gebruikt gaan worden, de rode vlaggen op de hoekpunten van het veld te plaatsen, het frequentiebord op te stellen voor direct gebruik en de plaats voor de vliegers te omlijnen. Het gebruik van het frequentiebord c.q. frequentieknijpers is bij meer dan één vlieger verplicht.
De vliegers en toeschouwers dienen zich op te houden op een daartoe aangewezen en omlijnde plaats naast, respectievelijk buiten de start- en landingsbaan. De start- en landingsbaan mag alleen door de vliegers gebruikt worden tijdens de start en landing. De te gebruiken start- en landingsbaan dient vrij te zijn van vliegtuigen, materialen, e.d. Deze dienen te worden geplaatst op een daartoe aangewezen plaats buiten de start- en landingsbaan.
Elk vlieger dient gebruik te maken van een door de HDTP goedgekeurde zendinstallatie. Er mag alleen gebruik gemaakt worden van de voor de modelvliegsport in Nederland beschikbaar gestelde frequenties in de 27, 30, 35 en 40 Mhz band (zie bijlage C). De 35 Mhz band geniet de voorkeur.12. Afval e.d. dient te worden opgeruimd en te worden meegenomen of te worden gedeponeerd in de daarvoor aanwezige afvalcontainer. Ieder lid dient erop toe te zien dat het veld schoon wordt achtergelaten.             14. Auto’s dienen te worden geparkeerd op de daartoe aangewezen parkeerplaatsen. Geparkeerde auto’s mogen zich niet in de start- en landingsbaan bevinden.16. De leden dragen gezamenlijk de zorg voor een ordelijk verloop van de vliegaktiviteiten en naleving van onderhavig reglement.18. De vereniging en haar bestuur zijn niet aansprakelijk voor lichamelijke letsel en/of schade aan persoonlijke eigendommen van haar leden en/of toeschouwers tijdens haar bijeenkomsten of aktiviteiten.20. Ieder lid is zelf aansprakelijk voor lichamelijk letsel van derden en/of schade aan persoonlijke eigendommen van derden. Hij of zij dient alles in het werk te stellen de toegebrachte schade te herstellen of te vergoeden.
19. De vereniging en haar bestuur zijn niet aansprakelijk voor ontvreemding van persoonlijke eigendommen van haar leden en/of toeschouwers tijdens haar bijeenkomsten of aktiviteiten.
17. In al die gevallen waarin onderhavige reglement niet voorziet, of tot interpretatieverschillen leidt, beslist het bestuur. Het bestuur kan een aanvulling toevoegen aan het baanreglement. Beroep hierop is mogelijk op de eerstvolgende ledenvergadering.
15. De vereniging en haar bestuur zijn niet aansprakelijk voor het niet of niet goed nakomen van onderhavig reglement door haar leden. Bij overtreding van het reglement is het bestuur gemachtigd de overtreder een tijdelijk vliegverbod op te leggen of de toegang tot het veld te ontzeggen. Het bestuur kan overeenkomstig artikel 7 en 8 van de statuten tot schorsing en beëindiging van het lidmaatschap overgaan.
13. Het is verboden om gedurende de vliegaktiviteiten op het vliegveld alcoholische dranken te nuttigen.
11. De vlaggen, het frequentiebord alsmede de windzak en de verbandtrommel zijn opgeslagen in een daarvoor bestemde container. De laatste van het veld vertrekkende vlieger is verplicht bovengenoemde hulpmiddelen op te bergen in de container en deze met een sleutel af te sluiten. Ieder lid is in het bezit van een sleutel en draagt mede de verantwoordelijkheid voor bovengenoemde hulpmiddelen. Verbruikte verbandmaterialen dienen aangevuld te worden.