wel heb ik gemerkt dat mensen die een beetje kunnen vliegen veel te veel vasthouden aan de gedachten dat ‘knuppels in het midden = goed’ 
Voor onze club heb ik onderstaande geschreven:ik denk dat dit besef de belangrijkste stap is om vanuit beginners/trainers mode naar kunstvlucht en/of 3D te komen
grWinfried———-8<————-
Uit-het-midden
Voor de beginnende vlieger…
Tijdens je eerste lessen als beginnende vlieger is je model zo afgetrimd dat het met de sticks in het midden (en een bepaalde gasstand) redelijkerwijs rechtuit vliegt. Dat is een mooie uitgangs situatie voor alle oefeningen die op één hoogte en een vrijwel constante snelheid worden gevlogen, zoals b.v circuit, achtjes, procedure turn etc. Evengoed is het met een model wat zo is afgetrimd nog steeds lastig genoeg om netjes op 1 hoogte te vliegen, maar daarvoor ben je tenslotte aan het lessen.
Tijdens het vliegen van de oefeningen op één hoogte zal je misschien ook al gemerkt hebben dat een nette bocht maken best lastig is. Je moet inrollen tot de vleugel een helling heeft die past bij de beoogde radius van de bocht, dan ‘up’ geven om het model op hoogte en door de bocht te krijgen, gedurende de bocht moet je nog steeds de stand van je vleugel blijven controleren en dan ook weer op tijd terug rollen en het up gelijktijdig verminderen.
Waarom is dat zo lastig?
Omdat je nu twee functies tegelijk moet sturen, die in principe onafhankelijk van elkaar invloed hebben op je model, kan je nu niet meer vertrouwen op het middenpunt van je knuppel wat door de veren aangegeven wordt.
Je zal de feedback van je ogen en de stand van het model moeten gebruiken om te zien of je voldoende uitslag geeft. Niet voldoende reactie? Dan meer uitslag!
Als je wat verder komt zal je ook gaan leren om te starten en te landen. In die vlucht fasen vliegt je model kortstondig met veel meer vermogen (start) of bijna geen vermogen (landing).  In die delen van de vlucht kan je er niet meer vanuit gaan dat je model nog steeds rechtuit vliegt en op hoogte blijft wanneer de knuppels in het midden staan.

  • In de start zal je om te klimmen waarschijnlijk continue een beetje up moeten geven om hoogte te maken.
  • In de landing zal je, om de snelheid in je model te houden, continue een heel klein beetje down moeten geven.

Je hoogteroer stick is op dat moment dus bewust ‘uit het midden’ en je zal moeten leren om je zender zo te bedienen (vast te houden) dat je gelijkertijd dat beetje up of down kan vast houden EN tevens nog steeds je vleugels met de ailerons in de gewenste stand houdt EN je gas EN je ridder kan bedienen.
Wat je uiteindelijk zal moeten gaan leren is om niet aan je zender te voelen hoe het model zou moeten vliegen, maar het om te leren naar je model te kijken wat voor stuur input er nodig is en dat dan ook gewoon te sturen. Ongeacht hoe de knuppels dan ook staan.(Het is heel leerzaam op eens met een zender te vliegen waar de veren uitgehaald zijn, dat gaat eigenlijk gewoon prima)
Om beter te leren om  ‘uit het midden’ te sturen is het b.v. een nuttige oefening om het model met weinig gas zo langzaam mogelijk tegen de wind in te vliegen. Je kan daarvoor in het extreemste geval zelfs met vol up moeten vliegen, terwijl je dan evengoed je vleugels horizontaal moet houden.Pas op: als je dit gaat oefenen, laat je helpen door een ervaren vlieger. En probeer dit in het begin alleen in een rechte lijn tegen de wind in. Bochten maken met deze hoge neus stand moet in dit geval voorzichtig met rudder gevlogen worden waarbij je met ailerons de vleugels vlak houdt.
Ook rugvlucht vliegen is een extreem goede oefening om volledig uit je comfort-zone te leren om je model echt bewust te vliegen. Je moet flink down geven als je een bocht wilt maken in rug vlucht, vaak meer als dat je up moet geven in normale vlucht. Het kan zijn dat je met je huidige manier waarop je je zender vast houdt niet eens vol-down of b.v. vol-gas kan geven. Je zal in die gevallen de manier waarop je je zender vast houdt moeten aanpassen.
Je zender en hoe je deze bedient is te vergelijken met een muziek instrument, neem een piano.
Je kan best met 1 vinger vader Jacob spelen, dat is muziek, dat is een melodie, dus je zou kunnen zeggen dat je piano kan spelen.Maar pas als je leert om de toetsen met gevoel voor nuance aan te slaan, zacht en hard wanneer de muziek daar om vraagt, en daarbij ook met beide handen en voeten gaat spelen, dan pas ontstaan de magie.Je zender is net zo’n gevoelig en nauwkeurig apparaat, soms is het voldoende om alleen maar tegen de knuppel te leunen om de gewenste subtiele reactie te zien, andere keren moeten de sticks volledig in de hoek.
Om die reden letten we tijdens het lessen ook op hoe je je zender bedient, veel onrust in je model is heel vaak gewoon te wijten aan verkeerd vasthouden. Let hier zelf ook maar eens op!
Veel veilige vluchten
Winfried de Vries